Boek Nederlands

De dame met het hondje en andere verhalen

Anton Tsjechov (auteur), Marja Wiebes (vertaler), Yolanda Bloemen (vertaler)

De dame met het hondje en andere verhalen

Anton Tsjechov (auteur), Marja Wiebes (vertaler), Yolanda Bloemen (vertaler)
Genre:
In de reeks:
Veertien bekende verhalen uit de rijpere periode van de Russische auteur (1860-1904).
Titel
De dame met het hondje en andere verhalen / Anton Tsjechov ; vertaald, geselecteerd en ingeleid door Marja Wiebes en Yolanda Bloemen ; nawoord van Maartje Wortel
Auteur
Anton Tsjechov
Vertaler
Marja Wiebes Yolanda Bloemen
Nawoord
Maartje Wortel
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Russisch
Uitgever
Amsterdam: L.J. Veen Klassiek, 2016
331 p.
ISBN
9789020415155 (paperback)

Besprekingen

Meer dan een eeuw is verstreken sinds Anton Pavlovitsj Tsjechov (1860-1904) in het Duitse kuuroord Badenweiler bezweek aan de gevolgen van tuberculose, en nog steeds behoren zijn toneelstukken 'De meeuw', 'Oom Vanja' en 'De kersentuin' tot de meest opgevoerde ter wereld. Ook als auteur van kortverhalen is Tsjechov, die mede aan de grondslag ligt van het genre, allerminst achterhaald. Getuige hiervan de huidige heruitgave van een bundel van 14 pretentieloze maar bijzonder geestige verhalen uit zijn rijpere periode.

Uit de lectuur van De dame met het hondje en andere verhalen blijkt duidelijk dat het stokpaardje van Tsjechov het huwelijksongeluk van de middenklasse is. Net als Flaubert in Madame Bovary, aarzelt hij niet om doordeweekse echtbreeksters op te voeren en de verantwoordelijkheid voor het bedrog deels bij de samenleving te leggen. Een mooi voorbeeld hiervan is het titelverhaal 'De dame met het hondje', waarin een man veeleer uit verveling dan uit passie een buit…Lees verder
Veertien verhalen van de meester van de korte novelle Anton Tsjechov (1860-1904). De bundel bevat werk uit Tsjechovs rijpere periode, waaronder zeer bekende als 'De vlinder', 'De man in het etui', 'De dame met het hondje'. Enkele verhalen hebben geesteszieken tot hoofdpersoon zoals 'Een zenuwinzinking', 'Zaal 6' en 'De zwarte monnik'. Kenmerkend voor Tsjechovs latere werk zijn de melancholieke ondertoon en het besef van de leegheid van het bestaan, waaraan de hoofdfiguren lijden.