Boek
Nederlands

Het lichtschip

Mathijs Deen (auteur)
Voor de bemanning van het lichtschip Texel is het leven voorspelbaar, het werk eentonig, de leefruimte beperkt en de beloning gering. De mannen lopen wacht, doen weermetingen, noteren de namen van passerende schepen en houden het licht brandende. Bij storm rukt het schip aan de ketting, in dichte mist loeit de misthoorn, op heldere nachten zijn de sterren ontelbaar. En na vier weken mogen de manne
Onderwerp
Zee, Eetcultuur
Titel
Het lichtschip
Auteur
Mathijs Deen
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Thomas Rap, 2020
124 p.
ISBN
9789400406605 (hardback)

Besprekingen

Prachtige novelle over een drijvende vuurtoren

Het lichtschip, een drijvende vuurtoren, heeft in Nederland allang afgedaan: sommige liggen ten anker op een schroothoop, een enkele is duur verbouwd tot loungy vergaderaccommodatie, waar het gezag onbekommerd kan palaveren. Maar Mathijs Deen brengt er een tot leven: de Texel, tegenwoordig te bewonderen in de museumhaven van Den Helder. En hier monsteren we aan om niet meer af te zwaaien. Met scheepskok Lammert die een bokje mee aan boord neemt om er een Indische stoofpot van te maken, dat hij kreeg van Beitske. Met eigengereide types die aan de ketting liggen. Het gebeurt in een taal die je onderdompelt in een andere tijd, die ook de onze kon zijn, en een andere plek: een boot die niet vaart, een tegenstrijdigheid in zichzelf, terwijl de andere schepen er rakelings langs gaan. Deen, die eerder een mooie geschiedenis van de Wadden schreef, is vertrouwd met het kale, klassieke scheepsvocabulaire en gebruikt het doeltreffend: 'het gezag', 'groot vervang', maar nergens wordt het roman…Lees verder

De kok, de matroos en het bokje

Sfeervol, geestig zeemansverhaal van historicus Mathijs Deen.

Het leven op zee is in de Nederlandse literatuur vastgelegd door J.M.A. Biesheuvel allereerst, en recenter door Anton Valens in Vis, waaraan Het lichtschip, een novelle van Mathijs Deen, wel wat doet denken. Al dook je met Valens zinnelijker de kou en nattigheid in, tussen de botte vissers.

Deen houdt meer afstand, maar schrijft in een zeker zo mooie, schilderachtige stijl. In Het Lichtschip schetst hij de geschiedenis van Lammert, kok op lichtschip de Texel, die een bokje meeneemt om te slachten voor een stoofpotje halverwege. Het experiment loopt spaak omdat tijdens de reis de malaria weer opspeelt die Lammert overhield aan een kamp in Indië. De ijlende kok kan het slachten niet meer aan en vindt ook geen vervanger. Een jongere matroos, bijgenaamd 'zeuntje', heeft zijn hart aan het bokje verpand. Een ander - Gerrit Snoek, een ongelukkige matroos uit een familie van onderwijzers - meent in het bokje, met zijn zachte knobbeltjes op de kop, de duivel te herkennen.

Lees verder